Structuur van een training bij JISHIN

Een training duurt 1 uur en een kwartier. Als de training start, zetten we ons in "blok".
We kijken met ons aangezicht naar de 'shomen': dit zijn de foto's en regels van karate-do.
We staan in musubi dachi, afwachtende houding, er wordt niet meer gepraat of gespeeld. We staan allemaal volgens graad. Als je dezelfde graad hebt, staat degene met de meeste ervaring (die er dus het langste traint) aan de uiterst rechtse zijde. De sensei geeft dan het bevel om te gaan zitten: "Seiza!". We gaan op onze knieën zitten, maar let op, eerst je linkerknie plaatsen en dan pas de rechtse. Het neerzetten gebeurt in een golfbeweging, pas als de partner rechts naast jou zijn beide knieën op de grond heeft gezet mag jij je knieën op de grond zetten. Onze handen rusten op onze dijen. De hoogste in graad geeft dan het bevel om te mediteren: "mokuso". We sluiten dan onze ogen net zover tot er nog maar een klein lichtstraaltje naar binnen kan. We kijken neer op de grond ongeveer 2 meter voor ons. Zo bereiden we ons voor op wat gaat komen; de concentratie, de inzet en de zuurstof die we straks nodig hebben verzamelen we nu al. Adem rustig in door je neus en rustig en volledig uit door je mond. Onze handen liggen 10 centimeter onder onze navel daar waar onze “hara” ligt. Hoe je je handen houd, kies je zelf maar liefst op een manier waarbij er zo weinig mogelijk spanning in je lichaam zit. Het eenvoudigste is je linkerhand te openen en daar je rechterhand geopend in te leggen. Na drie maal rustig in en uit geademd te hebben komt het bevel “mokuso yame”. Het mediteren is beëindigd en je opent je ogen langzaam.

De sensei draaien zich richting “shomen”. De hoogste in graad geeft het bevel "shomen ni – rei" (kan vervangen worden door "shinza ni – rei"). We plaatsen eerst ons linkerhand voor onze knieën en daarna onze rechterhand; met je duim en wijsvingers kan je nu een driehoek vormen. Ons hoofd komt voorover gebogen en we blijven voor ons uitkijken, steeds alert. Ons zitvlak blijft tegen onze hielen. We blijven drie tellen beneden met ons hoofd en we zeggen “oss”. Ons bovenlichaam komt terug recht, we strekken onze armen, onze rechterhand komt eerst terug op onze knie en daarna onze linkerhand. De sensei draaien zich terug met het aangezicht richting leerlingen.

Hierna zegt de hoogste in graag “Sensei ni – rei”, dat is het sein om terug te groeten zoals bij “Shomen ni – rei”. Bij “Sensei ni – rei” groet je je lesgever(s) en laat je zien dat je hen respecteert voor het doorgeven van hun kennis. Dan komt het bevel “Ottagai ni – rei”; we groeten terug zoals bij “shomen ni – rei”. Ottagai ni rei betekent dat je alles en iedereen in de dojo groet en zo toon je je respect en dankbaarheid voor de aanwezigheid van alles en iedereen in de dojo. De sensei kunnen er voor kiezen niet mee te groeten.

De sensei staan terug recht en geven het bevel “kiritsu”. De leerlingen mogen nu rechtstaan. Eerst zet je je voeten op hun bal. Daarna zet je je rechtervoet naar voor en duw je je af naar achter, naar musubi dachi. Doe dit in een vlotte beweging zonder hulp van je handen; soepelheid is nu eenmaal een vereiste bij karate.

Na het traditioneel groeten gaan we onze spieren opwarmen. Dit is nodig voor een goede doorbloeding ervan. Om te functioneren hebben onze spieren energie en zuurstof nodig; de energie haal je uit wat je eet gedurende de dag en de zuurstof door in en uit te ademen. Jouw bloed zorgt ervoor dat de zuurstof bij je spieren geraakt. Een goede manier om te weten of je een goede doorbloeding hebt is na te gaan of je zweet! Zweet je tijdens een opwarming niet dan doe je de oefening niet correct of geef je geen volledige inzet. Bedenk wel dat slecht opgewarmde spieren sneller blessures geven en je stoot- en traptechnieken minder soepel kan uitvoeren.
Na de opwarming, volgen meestal stretchoefeningen. Deze oefeningen zijn er om je spieren langer te maken, net zoals je je ’s morgens uitrekt. Let er wel voor op dat je nooit pijn voelt tijdens het stretchen anders bekom je net het omgekeerde. Je spieren voelen pijn en trekken samen met als resultaat kortere spieren. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Na deze oefeningen volgt er een stukje kihon. Kihon is de fundering van je karate. Je kan het vergelijken met het leren van een vreemde taal: een taal bestaat uit woordenschat en grammatica. De kihon is net hetzelfde als woordenschat: op zich zijn het nietszeggende korte woorden waarmee je niets kan doen MAAR je moet het wel kennen en kunnen wil je ooit die taal praten. Dus willen we ooit goed kata kunnen lopen en technieken met partner kunnen, dan is het essentieel om je kihon

te beheersen. Nu weten wij ook als sensei dat dit enorm saai is. Wij hebben onze brok kihon ook moeten doorstaan toen we bij jishin trainden. Zelfs nu nog wordt er bij katsu veel belang gehecht aan de kihon omdat het zo belangrijk is.

Als iedereen vlot meewerkt en we zien dat iedereen de kihon onder de knie heeft gaan we over tot kumite. Kumite zijn oefeningen met partner. Er zijn ontzettend veel vormen van kumite. De meest gekende is kihon ippon kumite (hoor ik daar kihon?) Dit zijn statische, eenvoudige op je kihon gebaseerde oefeningen. De technieken bestaan uit 1 aanval, 1 verdediging en 1 tegenaanval. Een andere vorm van kumite is jyu kumite; hierbij verdedigen we niet vanuit musubi dachi maar alle twee vanuit gevechtshouding. De aanval wordt niet meer aangekondigd en komt veel sneller dan bij kihon ippon. Deze vorm is dynamischer en leuker om te trainen. Maar je begrijpt zelf dat we met zulke oefeningen niet kunnen beginnen voordat de basisoefeningen goed gekend zijn, anders zouden er teveel gewonden vallen tijdens een training. Hoe meer je vordert in kumite hoe ingewikkelder deze oefeningen worden, zo is okuri jyu ippon 2 aanvallen en 2 tegenaanvallen. En als kers op de taart hapo kumite, technieken tegen 3 verschillende tegenstanders.

Deze technieken zijn geenszins bedoeld om te gebruiken als zelfverdediging. We proberen met deze technieken je reflexen te scherpen, je angst te overwinnen van een vuist die richting je neus vordert, eens durven een stoot opvangen met je buikspieren zodat je voelt wat het is om pijn te hebben. Je hebt nu eenmaal voor een discipline gekozen niet voor een sport. Durven doorgaan, jezelf voor 200% geven, leren door vallen en opstaan en niet opgeven, zelfzeker zijn. Daar draait het om. We proberen geen robot van je te maken maar een sterke persoonlijkheid.

Na de kumite is het tijd voor de derde grote K: Kata. De kata is een gevecht tegen denkbeeldige tegenstanders, waarbij je in alle richtingen vordert en wijkt en waarbij je vaak moet veranderen van kant. In de kata vind je de technieken van de kihon en kumite terug. Bij de kata telt vooral de techniek en het ritme waarmee je dit uitvoert. Voor de wedstrijdkata gelden andere normen: techniek, snelheid, kracht en uitstraling.

Na al dit zijn we ongeveer door ons uur en kwartier heen, en groeten we weer zoals onze les begonnen is. Dit is een standaard structuur van een training. We proberen zo veel mogelijk te variëren in onze manier van trainen om het zo aangenaam mogelijk te houden. Zo gaan er regelmatig wedstrijdtrainingen zijn voor een speciaal groepje leerlingen die zich voorbereiden op wedstrijden. De aanloopperiode naar een hogere gordel gaat er meer kihon gegeven worden.

Soms staat een training in het teken van een speciaal thema, zoals leren vallen, veegtechnieken, ...
Zo, we hopen dat je nu een beter zicht hebt op hoe een training verloopt. En dat je nog steeds enthousiast bent om te komen en te blijven trainen natuurlijk.

Oss.